|
"Ze begrijpen niet
dat ze moeten stoppen met doden"
Het Nieuwsblad / AP
Woensdag 27 oktober 1993

Hutu's op de vlucht voor het
geweld steken de
grens van Burundi met Rwanda over (Foto AP).
IBUYE - „Hier is alles rustig
nu, maar wat verder is er nog heibel. Deze mensen zijn zo onderontwikkeld,
meneer. Ze begrijpen niet dat ze moeten stoppen met doden", zegt een
gendarme ons in Ngozi, een stadje midden één van de gebieden waar de voorbije
dagen flink gemoord en geplunderd werd. Een tiental kilometer meer naar het
noorden, naar de grens met Rwanda, stoot je op de bewijzen dat de hel die hier
met de putch in Bujumbura is losgebarsten, niet vlug haar poorten weer zal
sluiten.
Onze verslaggever raakte
dinsdagmiddag, samen met een camera-ploeg van de BRTN-RTBf, als eerste de grens
over vanuit Butare in Rwanda.
Op het eerste gezicht ligt
Ibuye, een dorpje op de heuvel, een half uur ver van Ngozi, er godsverlaten bij,
op wat mekkerende geiten na. De mensen zijn hier hals over kop moeten vluchten,
zo veel is zeker. Plots beweegt er een schim achter een oude, doorrookte hut van
palmbladeren. Een stokoud vrouwtje, zo blijkt, dat zich met een stok moet
voortbewegen en dat zelfs voor ons niet meer vluchten kan. Als ze weer wat
vertrouwen krijgt, begint ze met gebaren het drama te onthullen dat zich hier de
voorbije dagen afspeelde. Ze toont aan dat er geschoten werd. Dat er veel, heel
veel mensen de keel werden overgesneden en in de bananenplantage gegooid of
onder de grond gestopt. Dan roept zij in haar donkere stulp. Er komen twee
kinderen van een jaar of drie, vier uitgekropen. Een jongen en een meisje die
erg angstig kijken. Het oudje stelt hen gerust. Hutu's, zegt zij. En ze naakt
duidelijk dat ook hun ouders zijn omgekomen. In Ngozi stoten wij )p een
Duitse koöperant, maar de man wil ons nauwelijks aankijken. .,Er zijn dingen
gebeurd hier, maar ik weiger ook maar iets te zeggen", sist hij. Hij vlucht
letterlijk van ons weg. Lees blz. A10 (AXB)
@AGNews
2002
|